Wouter grijp ik nog wel.... Die is na de sluis naar binnen geslopen. Hylke ligt in de stuurhut in kleermakerszit op z'n knieen te tukken, handig zo'n lenig lijf. Om 06:00 ging de sluis open en dus waren we om 05:30 opgestaan en zaten een paar tellen later aan het ontbijt.
We varen met twee wachten de rest van de week. De bakboordswacht moet vandaag vroeg op, morgen de stuurboordswacht.
Op het voorschip stoppen we in de sluis met het steekend het schip af. Filippe gaat met de jongens mee naar voren en leert ze hoe het moet. Dylan kijkt naar zijn korte vinger en helpt de jongens er aan herinneren dat ze voorzichtig zijn.
Om 8 uur beginnen de werkzaamheden. De dekploeg trotseert de regen en natte sneeuw en legt de dekwasslang klaar, we spoelen elke dag ook al varen we op zoet water. Binnen wordt een begin gemaakt met de huishoudelijke werkzaamheden. Eén man van de dekploeg is gelukkig en stuurt het schip. De rivier kronkelt en het zweet staat nog net niet op de snor, maar hij hoeft niet naar buiten.
Binnen is alles schoon, dus de binnenploeg heeft het even rustig tot het tafeldekken. Mw. Schuurmans snijdt paprika's voor de broodjes shoarma tussen de middag. Om te zorgen dat de verveling niet toeslaat en er naar de telefoon gegrepen wordt voor een spelletje schieten, leren we hoe je Patience speelt. En dubbelpatience.
Nog drie sluizen en we zijn bij de scheepslift, daar verheugen we ons allemaal enorm op. De sluis van Marchienne heeft een flink verval en dus genieten we van de bolders die meedrijven. Het kanaal ABC geeft wat rust tijdens het sturen, het insturen van de bochten met zo'n lang smal schip is toch een hele onderneming. Voordat de sluis achter ons dicht kon, met 20 cm speling, dreigde de politie een kijkje te komen nemen. Ons vaartijdenboek werd snel bijgewerkt aan de hand van de aantekeningen van de schipper.
De sluis van Viesville is de hoogstgelegen sluis. We zitten straks op 115 meter boven zeeniveau. Tot nu toe zaten we in de bergvaart, nu gaan we in de dalvaart. Hierna volgt de scheepslift.
De regen en de natte sneeuw verdwijnen en de zon komt te voorschijn. Aan bakboord en stuurboord zakt de wal naar beneden al houdt de bak van ons kanaal ons mooi hoog.
Dan opeens na de bocht liggen we voor de scherpslift. We hebben geluk, er komt net 1-tje onze kant op en dus kunnen we zo invaren. Het is net een grote garage, met zo nu en dan een groepje dikke kabels, en dan bedoel ik dikke, aan de zijkant. De deur sluit achter ons, een nette mevrouw roept iets in het Frans om, en er ontgrendelen een aantal dingen.
Beneden, voor, liggen wat schepen te wachten 74 meter onder ons, we komen snel dichterbij. De top van de kerk ook, en opeens zijn we op dezelfde hoogte. Achter ons kijken we omhoog en zien het kleine poortje waardoor we naar binnen zijn gekomen. Voor ons gaat de deur omhoog en we kunnen verder varen.
Een warm stokbroodje per persoon, een spelletje dubbelpatience en we slapen voor de sluis van Havré.



Geen opmerkingen:
Een reactie posten